
Hoe is het Gilde der Keurders van den Nederlandschen Wogst
eigenlijk ontstaan, zo wordt ons wel eens gevraagd. Dat zullen we
u eens even haarfijn uitleggen. U vindt dit niet belangrijk? Nou en, wij wel !
Heel lang geleden was er op het gebied van vlees natuurlijk nog niet
veel te halen. De slager had niet meer dan een varken en een koe in
z’n winkel liggen. Als je als eerste in de winkel was had je keus. Was
je laatste dan had je de vellen (onthoudt u dit goed!).
Wat kon je daar nou mee? Nou, eerst kregen de kinderen de vellen
om er mee op straat te spelen. Tenslotte is het spreekwoord “de
vellen hingen d’r an” hiervandaan gekomen. Een rugzak of een
handtas of plastic tas hadden ze in die tijd nog niet dus hingen ze de
vellen gewoon …juist... deran ! Totdat er op een gegeven moment
een neef van de tante van de slager zei: “Ik heb een oom die in
Gelderland woont. Hij vult altijd die vellen!”.
Dus dat hebben ze toen gedaan. Ze hebben van die kinderen de vellen afgepakt
en die hebben ze gevuld. Met de andere restjes vlees die de slager nog over
had. Het leek natuurlijk nergens op en smaak had het helemaal niet.
Heel toevallig kwam er net een Engelsman voorbij fietsen (links) en
ze vroegen aan hem of hij een stukje wilde proeven. Dat wilde hij
wel . Toen ze vroegen aan hem wat hij er van vond zei hij dat hij het
de “Worst meat was that he ever hat ieten”.
En zo kwamen ze aan het woord Worst. Gemaakt naar een idee uit
Gelderland. En natuurlijk gekookt, want met koken krijg je zelfs een
kokmeeuw gaar. Gelders Gekookte Worst. Dit originele recept is
natuurlijk al zo’n miljoen keer gewijzigd. Gelukkig wel, want anders
hadden wij geen werk, maar wij kijken nog steeds naar het velletje
om de wogst. Dit houdt tenslotte de wogst vol van smaak. Een
goeie wogst heeft een goed stuk vel. En zo is het.
Zo rond 1654 is het eerste Gilde opgericht.
Dit gilde keurde alles: vis, vlees, drank, alles wat ze voor handen
hadden keurden ze. En ze zijn zelf gaan experimenteren. Zo gingen
ze ook allerlei dingen roken, want het was winter, en de winters in
die tijd waren nog echt koud. Ze pleurden dus alles op het vuur om
het een beetje warm te krijgen. Zo kreeg je dus gerookte worst,
oftwel Rookworst, met een R.
Hoe het dan gookwogs werd? In de 17 de eeuw was er nog geen
logopedist, vandaar. Later zijn al die moeilijk pratende mensen zich
gaan vestigen in andere dorpen en steden. Rijnsburg en Leiden zijn
hier een goed voorbeeld van. Dit zijn dan ook nederzettingen wiens
bewoners zich op één of andere manier nog steeds afzetten tegen
de over het algemeen zeer duidelijk pratende Kattukkers. Het kan
ook natuurlijk de lengte van hun wogst zijn, want over het algemeen
zijn de wogsten in de kustdorpen vaak een stuk langer.
Dit is iets waar wij als Gilde nog steeds onderzoek naar doen, dus
daarom vragen wij u: steun het KNGOHW (het Koninklijk
Nederlandsch Gilde van den Oer-Hollandschen Wogst).
Met uw gift kunnen wij ons belangrijke werk voortzetten !
Heeft u nog vragen? Bezoek onze vernieuwde website: www.mijnwogstisdediksteendelangste.nl. Of geef een belletje als u voorbij fietst of bij de voordeur staat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten